Aardappels poten is een van de meest dankbare moestuinklussen. Eén pootaardappel levert gemiddeld 1 tot 1,5 kg eigen oogst, en de smaak van vers gerooide aardappels haalt geen supermarkt. In Nederland zijn de meeste tuiniers in april bezig met poten, met de eerste oogst rond eind juni (vroege rassen) en de hoofdoogst tussen augustus en eind september. Het seizoen 2026 begint na een mild voorjaar volgens de KNMI'23-scenario's, met kans op droge weken in mei en juni — water voldoende beschikbaar maken is dit jaar belangrijk.
Deze gids loopt het hele aardappelseizoen door: van voorkiemen in maart, via poten en aanaarden, tot oogsten en bewaren. Inclusief rasadvies, ziekten als Phytophthora infestans en wat doen bij coloradokevers.
Welke aardappel kies je
Aardappels worden ingedeeld op rijptijd: zeer vroeg, vroeg, halflate en late rassen. Voor een tuinier zonder grote opslagruimte is de combinatie 'vroeg + halflaat' meestal handigst — je hebt dan vanaf juni verse aardappels en in september bewaaraardappels.
- Frieslander (zeer vroeg) — vaste structuur, oogst rond half juni, smaak licht-zoet.
- Eersteling (vroeg) — klassieker, vastkokend, oogst eind juni, slechte schimmelresistentie.
- Charlotte (vroeg) — vastkokend, geliefd voor salades, betere bewaarkwaliteit.
- Bildtstar (halflaat) — kruimig, voor stamppot en frites, oogst september.
- Bintje (halflaat) — meest geteelde Nederlandse aardappel, kruimig, gevoelig voor schimmel.
- Sarpo Mira (laat) — sterk resistent tegen Phytophthora, kruimig, oktober oogst.
- Blauwe Eigenheimer (halflaat) — paarse schil, witvlees, smaakvol.
- Ratte (laat) — fingerlinge, vastkokend, zeer smaakvol bij oven of pan.
Voor schimmeldruk-gevoelige tuinen (vochtige hoek, weinig wind) zijn Sarpo-rassen of Carolus de veiligste keuze in 2026. Wil je vroeg verse aardappels, ga voor Frieslander of Charlotte.
Voorkiemen in maart
Voorkiemen geeft je 2-3 weken voorsprong en betekent kortere groeitijd voor de vorst. Doe het vanaf eind februari tot half maart. Leg de pootaardappels met de oogjes (de meeste oogjes) naar boven in een eierdoos of platte kist. Zet ze op een lichte, koele plek (10-15 graden — niet warmer, anders krijgen ze lange bleke spruiten die afbreken).
Goede voorkiemspruiten zijn 1-2 cm lang, dik en groen-paars. Te lange (3+ cm) of te dunne spruiten breken bij het poten. Komen er geen spruiten? Dan is de pootaardappel te oud of was hij te warm bewaard — vervang.
Pootaardappels: wel of niet eigen oogst
Gebruik bij voorkeur gecertificeerde pootaardappels. Eigen oogst gebruiken kan, maar verhoogt het risico op virussen en schimmels die zich in de bodem opstapelen. Doe je dat wel: kies alleen gezonde, middelgrote knollen (50-70 g) van een gezonde plant, en wissel ieder jaar van plek.
Wanneer poten
De vuistregel: aardappels gaan de grond in vanaf het moment dat de bodem 8 graden of warmer is. In Nederland is dat meestal vanaf 1 april in het zuiden en vanaf 10-15 april in het noorden. Voor 2026 wijzen lange-termijn-voorspellingen op een mild voorjaar — eerder dan 25 maart riskant maken (vorst in april kan jonge spruiten beschadigen).
Vroege rassen kun je vanaf eind maart de grond in doen, mits je een afdek-vlies hebt voor mogelijke nachtvorst. Halflate en late rassen poot je tussen 10 en 30 april. Later dan 1 mei verschuif je de oogst en loop je meer kans op schimmel in augustus.
Plantdiepte, afstand en grond
Aardappels willen losse, goed doorlatende grond met pH 5,5 tot 6,5. Te zure grond verhoogt schurftrisico, te alkalische geeft kleinere knollen. Werk de grond minstens een spit (25 cm) los voor het poten. Verse stalmest geef je niet — die stimuleert schurft. Wel kun je goed verteerde compost (1-2 emmer per m²) door de grond werken.
Plantdiepte: 8-10 cm onder maaiveld, met de spruiten naar boven. Afstand: 30 cm tussen knollen in de rij, 60-75 cm tussen rijen. Voor een gezin van vier ben je met 5-6 rijen van 4 meter (20-24 m²) doorgaans goed voorzien voor het hele seizoen.
Een trucje voor het rooien straks: trek voor het poten een geul van 10-15 cm diep met een trekhak. Leg knollen erin, bedek met losse grond, en markeer de rij met een stok. Zo weet je later precies waar je moet rooien.
Aanaarden in mei en juni
Aanaarden is het opwerpen van losse grond rond de stengel naarmate de plant groeit. Doel: meer ruimte voor knollen, voorkomen dat knollen blootliggen aan licht (groene knollen bevatten solanine — niet eetbaar), en onkruid onderdrukken.
Eerste keer aanaarden doe je als de plant 15-20 cm hoog is (eind april of begin mei). Hark losse grond aan beide kanten omhoog, zodat alleen de top van de plant nog uitsteekt. Tweede keer 2-3 weken later, en eventueel een derde keer in juni. De uiteindelijke aanaardingsrug is 20-30 cm hoog.
Mulchen kan in plaats van aanaarden of als aanvulling: een dikke laag stro (15-20 cm) houdt grond koel, vocht vast en onderdrukt onkruid. Sommige tuiniers telen aardappels volledig onder stro zonder grond rondom te schoffelen — dat werkt mits de stro-laag dik genoeg is en je geen muizen aantrekt.
Phytophthora — de grote vijand
De aardappelziekte (Phytophthora infestans) is de bekendste schimmelziekte. Symptomen: bruin-zwarte vlekken op het blad met een witte schimmellaag aan de onderkant, snel groeiend in vochtige perioden. Treedt meestal op tussen half juli en eind augustus, vooral na warm-vochtig weer.
Eenmaal aangetast is biologisch ingrijpen lastig. Wat wel werkt: snij het hele bovengrondse blad af zodra je de eerste vlekken ziet, voer dat aan de groene container af (niet composteren), en wacht 2-3 weken voordat je rooit. De knollen zijn dan meestal nog gezond.
Preventie: kies resistente rassen (Sarpo, Carolus), wissel jaarlijks van plek, ruime plantafstand voor luchtcirculatie, en kweek geen aardappels naast tomaten. Het waarschuwingssysteem PlantPlus geeft Nederlandse aardappeltelers per regio een schimmel-alerts via aardappel.nl.
Coloradokevers en andere plagen
De coloradokever (Leptinotarsa decemlineata) duikt sinds 2010 weer regelmatig op in Nederland, vooral in zuid en oost. Volwassen kevers zijn 1 cm groot met geel-zwarte strepen. De larven (rood-oranje, zwarte stippen) eten razendsnel het blad kaal. Controleer wekelijks vanaf eind mei.
Bij kleine aantallen pluk je kevers en larven met de hand af (in een emmer water met afwasmiddel). Bij meer, controleer toegelaten middelen op het Ctgb-register. Eierhoopjes (oranje, geclusterd op de onderkant van het blad) druk je plat met je vingers — dat scheelt een hele generatie larven.
Andere plagen: aardappelmoeheid (cysten in de grond — alleen op te lossen door 6+ jaar wisselteelt), schurft (bij te alkalische of droge grond) en kniptorlarven (de 'ritnaalden' die gaatjes in knollen knagen). Wisselteelt en compost helpen bij vrijwel alle bodemproblemen.
Oogsten en drogen
Vroege rassen oogst je vanaf eind juni. Wacht tot de eerste bloemen zijn verwelkt — dan zijn de eerste knollen al eetgrootte. Steek de spitvork voorzichtig naast de plant in en til de hele plant op. Zoek de knollen handmatig uit de losse grond. Vroege aardappels eet je binnen 1-2 weken — bewaren werkt slecht.
Halflate en late rassen oogst je als het loof afsterft (bruin wordt en knikt). Wacht na het afsterven nog 1-2 weken — dan verstevigt de schil en bewaren ze beter. In Nederland is dit doorgaans tussen begin september en half oktober. Oogst altijd op een droge dag.
Laat de gerooide aardappels 2-3 uur op de grond drogen, daarna een dag in een koele schuur. Niet wassen — de aanhangende grond beschermt tegen uitdroging. Sorteer beschadigde of zachte knollen apart (eet die eerst). Bewaar in jutezakken of houten kisten op een koele (4-8 graden), donkere, vochtige plaats. Een aardappelkelder of koele bijkeuken werkt ideaal. Bewaar nooit in de koelkast (zetmeel wordt suiker — vies bij bakken).
Aardappels in een zak of pot
Geen tuin? Aardappels groeien prima in een grote pot of speciale aardappelzak (50-90 liter). Vul de bodem met 15 cm potgrond, leg 2-3 voorgekiemde aardappels erin, dek af met 8 cm grond. Naarmate de plant groeit, vul je telkens nieuwe grond aan tot de zak vol is. Eén zak levert 1-2 kg aardappels.
Voordeel: geen schimmelvrees uit de bodem, geen aardappelmoeheid, en je kunt de zak omkieperen om te oogsten. Nadeel: meer water geven (potgrond droogt snel) en kortere groei voor late rassen. Kies vroeg of halfvroeg ras voor pot-teelt. Een artikel over moestuin balkon 2026 gaat dieper in op container-teelt.
Belangrijk om te weten
Dit artikel is informatief. Voor specifieke vragen over jouw situatie raadpleeg een hovenier, je gemeente of het Ctgb (toegelaten gewasbeschermingsmiddelen). Bij snoei of kap van beschermde bomen geldt de Wet natuurbescherming en mogelijk een gemeentelijke kapvergunning. Tijdens het broedseizoen (maart t/m juli) mag je geen broedende vogels verstoren.
Veelgestelde Vragen
Vanaf 1 april in het zuiden, 10-15 april in het noorden, zodra de bodemtemperatuur boven 8 graden komt. Vroege rassen kun je eind maart al de grond in met afdekvlies.
Nee, het hoeft niet, maar voorkiemen vanaf eind februari geeft 2-3 weken voorsprong en grotere oogstkans voor de schimmelpiek in augustus.
Plant ze 8-10 cm onder maaiveld met de spruiten naar boven. Plantafstand 30 cm in de rij en 60-75 cm tussen rijen.
Aanaarden geeft meer ruimte voor knollen, voorkomt groene knollen door licht en onderdrukt onkruid. Eerste keer als de plant 15-20 cm hoog is.
Vroege rassen zoals Frieslander of Charlotte oogst je vanaf eind juni, zodra de eerste bloemen zijn verwelkt en de eerste knollen eetgrootte hebben.
Snij direct het hele bovengrondse blad af en voer het aan de groene container af. Wacht 2-3 weken voordat je rooit, dan zijn de knollen meestal nog gezond.
Late rassen bewaren 4-7 maanden op een koele (4-8 graden), donkere, vochtige plaats. Vroege rassen eet je binnen 1-2 weken — die bewaren slecht.