Wintergroenten kweken: boerenkool, prei en spruiten
Moestuin & eetbare tuin

Wintergroenten kweken: boerenkool, prei en spruiten

Hoe je vanaf juni in eigen moestuin een oogst voor december tot maart opbouwt

R
Redactie
· 8 min leestijd

Wie in december zelf gekweekte boerenkool wil snijden, begint in mei met zaaien. Wintergroenten lijken een laag-seizoenproduct, maar de teelt valt midden in het hoogseizoen. Prei, boerenkool en spruiten zijn lange-trajectgewassen: zaaien gebeurt mei tot juli, oogsten november tot maart. Veldsla en winterpostelein hebben een korter pad — zaaien augustus-september, oogsten oktober tot februari.

Dit artikel beschrijft welke wintergroenten praktisch zijn voor de Nederlandse moestuin in 2026, met zaaitiming, plantafstanden, bemesting, vorstbescherming en oogstmomenten. Concrete soorten en cultivars zijn benoemd, zodat je gericht kunt kiezen.

Wat een wintermoestuin oplevert

Een gemiddeld huishouden eet in de winter 2 tot 3 kg bladgroenten per week. In de moestuin is een productie van 8 tot 12 kg boerenkool, 15 tot 25 kg prei en 4 tot 6 kg spruiten op 20 m² goed haalbaar. Daarnaast levert een vierkante meter veldsla wel 2 tot 3 kg in de periode oktober-februari.

Wintergroenten hebben drie grote voordelen tegenover zomergroenten:

  • Geen plagen — bladluis, witte vlieg en de meeste schimmels zijn na de eerste vorst weg
  • Nauwelijks water nodig — herfst en winter brengen voldoende neerslag
  • Weinig concurrentie van onkruid — onkruid groeit ook nauwelijks bij temperaturen onder 8 °C

Het hoofd-aandachtspunt zit in de juiste timing. Te laat zaaien in juli betekent dat boerenkool of prei in november te klein blijft. Eenmaal te kort en te vorst-gevoelig — en de plant overleeft de winter niet.

Boerenkool: de klassieker

Boerenkool (*Brassica oleracea* var. *acephala*) is van alle wintergroenten misschien wel de gemakkelijkste. Vorstbestendig tot -10 °C en, sterker nog, krijgt na een nachtvorst pas zijn karakteristieke zoete smaak omdat zetmeel omgezet wordt in suikers.

Zaaitiming en planten:

  • Zaaien in een kweekbedje of pot: half mei tot half juni
  • Uitplanten als de plantjes 10 tot 15 cm hoog zijn (na 4 tot 6 weken): juli
  • Plantafstand: 50 cm tussen planten, 60 cm tussen rijen
  • Plantdiepte: tot eerste blaadjes — boerenkool wortelt makkelijk dieper, dat geeft stevigheid

Geschikte rassen: 'Westlandse Herfst' (vroege oogst), 'Halbhoher Grüner Krauser' (klassiek), 'Black Toscano' (Italiaanse palmkool, mooie donkere bladeren). Voor een lange oogstperiode plant je twee verschillende rassen.

Boerenkool is een sterke vreter. Werk vóór planten 3 tot 5 L gerijpte compost door per m² en een handvol gedroogde koemest. Bij groeit traag of bleek blad bij-mest je in september met vloeibare zeewiermest of een handvol bloedmeel.

Oogsten doe je vanaf eind oktober blad voor blad, van onder naar boven. Niet de hele plant in één keer kappen — een plant kan tot maart blijven leveren als je de bovenste groeischeuten laat staan.

Prei: de lange-trajectgewas

Prei (*Allium porrum*) is technisch lastiger dan boerenkool, maar geeft over een lange periode (november tot april) een dankbare oogst. Vorstbestendig tot -15 °C bij goede aardstand.

Twee teelt-traject opties:

  1. Vroege prei (zomer-oogst): zaaien in februari binnen, planten april, oogsten augustus-oktober
  2. Winterprei (herfst- en winteroogst): zaaien begin april, planten juni-juli, oogsten november-maart

Voor wintergroenten focussen we op de tweede optie. Geschikte winterrassen: 'Bartek', 'Bandit', 'Megaton' (alle drie sterk en vorstvast).

Plant uit met dezogeheten pootmethode: maak met een breekijzer of paalafstandhouder gaten van 15 cm diep en 5 cm breed, op 25 cm afstand in de rij en 35 cm tussen rijen. Laat één preiplantje per gat zakken (plant net niet de groene punt onder de grondvloer) en spoel het gat met water aan — zo bedek je de wortels zonder de plant in te drukken. De diepe plantgat geeft het witte gedeelte (het meest gewaardeerde stuk) zijn lengte.

Aanaarden in september-oktober verlengt het witte gedeelte verder. Gebruik losse tuinaarde uit het pad ertussen.

Plagen: preimot (*Acrolepiopsis assectella*) is sinds rond 2014 een groeiend probleem in Nederland, vooral in zuidelijke provincies. Bedek het preibed van mei tot oktober met fijnmazig insectengaas (mesh ≤1 mm). Het Ctgb-register laat zien welke middelen toegestaan zijn voor particulier gebruik — kijk bij twijfel bij ctgb.nl.

Spruiten: 9 maanden geduld

Spruitjes (*Brassica oleracea* var. *gemmifera*) zijn een geliefde of verguisde wintergroente. De teelt is lang — bijna een vol jaar van zaai tot oogst — maar het resultaat is dankbaar.

Aanpak:

  • Zaaien in kweekbed of pot: april tot half mei
  • Uitplanten als plantjes 15 tot 20 cm groot zijn: juni
  • Plantafstand: 60 cm × 60 cm — spruiten worden grote planten van 70 tot 100 cm hoog
  • Plant diep en geef een paaltje als steun bij hoge rassen

Geschikte rassen: 'Doric F1', 'Igor', 'Brilliant'. Hybride rassen zijn productiever en uniformer dan oude rassen, maar je kunt zaden niet hergebruiken.

Vermijd verse stalmest — spruiten worden er los en pluizig van. Werk wel met gerijpte compost en bemesting met zeewier-extract halverwege augustus.

Plagen: koolwitje, melige koolluis en koolgalmug. Insectengaas (mesh ≤1 mm) over het bed van mei tot eind augustus voorkomt vrijwel alle plagen. Hardloze koolwitje-rupsen verwijder je met de hand.

Oogsten doe je van onder naar boven, vanaf eind oktober. Pluk spruiten als ze stevig zijn en 2 tot 3 cm groot. Een plant geeft 30 tot 50 spruiten over een periode van 8 tot 12 weken. Na de eerste vorst smaken ze, net als boerenkool, zoeter.

Veldsla en winterpostelein: bladgroenten in vorst

Niet alle wintergroenten zijn lange-trajectkolen. Veldsla (*Valerianella locusta*) en winterpostelein (*Claytonia perfoliata*) zijn snelle bladgroenten die juist in de winter gedijen.

Veldsla zaaien:

  • Eind augustus tot half oktober, op rijtjes 15 cm uit elkaar
  • Direct ter plaatse, zaadjes 1 cm diep
  • Oogsten vanaf 6 weken na zaai, blad voor blad of hele rozetten
  • Vorstbestendig tot -15 °C, kan gewoon onder de sneeuw doorgroeien

Winterpostelein:

  • Zaaien augustus-september, in rijtjes 20 cm uit elkaar
  • Smaakt iets nootachtig, eet de bladeren met steel
  • Oogsten oktober tot april, plukken stimuleert nieuwe bladvorming
  • Zaait zichzelf uit — eenmaal in de tuin komt het meestal terug

Een rij van 4 m veldsla geeft genoeg voor een gezin om wekelijks een schaal door de salade te mengen. Bedek bij vorst onder -8 °C met fleece — niet voor overleving, maar voor sneller oogsten zonder ijs op de bladeren.

Spinazie en snijbiet voor de winter

Wintersluiten:

Winterspinazie (*Spinacia oleracea* 'Winter Reuzen'): zaaien half september tot half oktober. Oogsten november-maart. Bestendig tot -10 °C. Schiet in maart door — eet voor die tijd wat je nog kunt.

Snijbiet (*Beta vulgaris* var. *cicla*): zaaien mei-juni voor doorlopende oogst tot eerste hardere vorst (rond -5 °C). Met fleece-bedekking soms tot maart bruikbaar. Snijden, niet trekken — de plant loopt opnieuw uit.

Snijbiet 'Bright Lights' is decoratief én eetbaar — gele, oranje en rode stelen. Geschikt voor wie naast moestuin ook een sierwaarde zoekt.

Knoflook planten voor 2027

Knoflook (*Allium sativum*) plant je in oktober-november voor oogst in juni-juli van het volgende jaar. Het past bij elke wintermoestuin omdat het tijdens de wintermaanden in de grond staat te wortelen zonder veel aandacht.

Aanpak:

  • Plant losse teentjes met de spits naar boven, 4 tot 5 cm diep
  • Plantafstand: 10 cm in de rij, 25 cm tussen rijen
  • Bedek met 2 cm compost als beschutting
  • In maart komen de groene loofbladeren — niet meer water geven, knoflook houdt van droog
  • Oogsten als de onderste 3 bladeren bruin zijn, vaak eind juni

Gebruik geen knoflook uit de supermarkt (vaak chemisch behandeld tegen kieming). Bestel pootknoflook bij een biologische zadenleverancier.

Vorstbescherming: wat overleeft wat

Niet alle wintergroenten zijn even vorstbestendig. Een ruwe indeling:

  • Tot -5 °C: snijbiet, blanke andijvie, late sla, koolrabi
  • Tot -10 °C: boerenkool, winterspinazie, peterselie
  • Tot -15 °C of dieper: prei, spruiten, veldsla, winterpostelein, knoflook

Bij langere koudeperioden (meer dan 4 dagen onder -8 °C) bedek je gewassen met:

  • Tuinfleece van 30 tot 50 g/m² — geeft 3 tot 5 °C winst
  • Stro-bedekking 10 cm dik — bij prei en wortelen die in de grond blijven
  • Tunneltje van plastic over hoepels — alleen voor strenge vorst

Vermijd plastic direct op het blad — dat geeft nat blad en bevriezing. Tuinfleece ademt en blijft bruikbaar bij regen of sneeuw.

Bedplanning en wisselteelt

Wintergroenten zijn vooral koolgewassen (boerenkool, spruit) en preigewassen. Voor gezondheid van de bodem werk je met wisselteelt: kool en prei niet meer dan één keer in de drie tot vier jaar op hetzelfde bed.

Schema voor 4 bedden:

  • Bed 1: aardappelen (jaar 1) → kool/prei (jaar 2) → bonen (jaar 3) → bladgroenten (jaar 4)
  • Bed 2: één jaar verschoven
  • Bed 3: twee jaar verschoven
  • Bed 4: drie jaar verschoven

Zo doorbreek je ziekten zoals knolvoet (*Plasmodiophora brassicae*) bij kool en preimot bij prei.

Wil je meer weten over watermanagement in droge zomers, lees dan ook Moestuin in zomerdroogte 2026: water besparen en planten voor de aanpak in juli-augustus, of bekijk Verticale moestuin op balkon: in 4 m² toch oogst als je weinig grond hebt en toch wintergroenten wilt proberen.

Belangrijk om te weten

Dit artikel is informatief. Voor specifieke vragen over jouw situatie raadpleeg een hovenier, je gemeente of het Ctgb (toegelaten gewasbeschermingsmiddelen). Bij snoei of kap van beschermde bomen geldt de Wet natuurbescherming en mogelijk een gemeentelijke kapvergunning. Tijdens het broedseizoen (maart t/m juli) mag je geen broedende vogels verstoren.

wintergroenten boerenkool prei spruiten moestuin 2026

Veelgestelde Vragen

Gerelateerde Artikelen