Niets is zo zonde als veertig kropjes sla die in dezelfde week schieten. Toch overkomt het bijna iedere beginnende moestuinier: in april alles tegelijk zaaien, in juni een berg sla, in juli helemaal niets meer. Met een doordachte opvolgteelt los je dat op. Je zaait kleine porties met regelmatige tussenpozen, kiest per seizoen het juiste type sla en stuurt op licht en temperatuur.
Op deze pagina lees je hoe je van eind maart tot ver in november elke week verse sla snijdt of plukt. Met concrete zaai-intervallen, rassen voor lente, zomer, herfst en winter, en een korte aanpak om schieters te voorkomen.
Hoe doorlopend oogsten werkt
Sla (Lactuca sativa) heeft van zaai tot oogst grofweg 6 tot 10 weken nodig, afhankelijk van type en seizoen. Krop-, ijs- en bindsla doen er langer over dan pluk- en knipsla. Wie elke twee weken een korte rij zaait, oogst dus elke twee weken een nieuwe portie. Dat is de kern van opvolgteelt: niet eenmalig veel zaaien, maar regelmatig weinig.
Voor een huishouden van 2 tot 4 personen is een rij van 1 tot 2 meter per zaai-moment vaak genoeg. Je hebt dan 8 tot 16 kropjes of een halve oogstbak knipsla per ronde. Dat eet je op voor de volgende ronde klaar is, en je voorkomt dat de helft schiet voor je hem opmaakt.
Houd een eenvoudig zaai-logje bij in je telefoon of in een schriftje. Schrijf datum, ras en plek op. Na een seizoen weet je precies welke rondes goed liepen en waar je gaten had.
Zaaikalender per twee weken
Een werkbare planning voor het Nederlandse klimaat ziet er zo uit. De data verschuiven 1 tot 2 weken bij koud voorjaar of warm najaar.
- Eind februari–begin maart: voorzaaien onder glas of in huis (krop- en ijsbergrassen), 4–6 weken voor uitplanten.
- Half maart: eerste rij direct buiten zaaien onder vliesdoek of in een koude bak.
- Begin april t/m eind mei: elke 2 weken een rij ter plekke zaaien.
- Juni–half juli: wissel naar hitte-tolerante rassen, zaai liever ’s avonds en geef schaduw.
- Eind juli–half augustus: zaai herfstsla en eerste winter-types.
- Begin september: laatste buiten-zaai onder doek of in tunnel voor oogst tot november.
- Half september–begin oktober: winter-sla voor onbeschermde overwintering of in onverwarmde kas.
Per ronde zaai je 0,5 tot 1 gram zaad per strekkende meter. Dat is een snufje. Sla kiemt het best bij 12–20 °C; boven 25 °C kiemt het zaad slecht en val je terug op natte krantenpapier-truc of voorkiemen in de koelkast.
Knipsla, pluksla of krop: wat past wanneer
De keuze tussen typen sla bepaalt hoe vaak je oogst en hoe lang het duurt voor een rij leeg is.
Knipsla en pluksla
Knipsla zaai je dicht (1–2 cm tussen de zaadjes) en knip je af op 4–5 cm boven de grond. Daarna groeit het 2 tot 3 keer terug. Pluksla zoals ‘Salad Bowl’ of eikenbladsla pluk je blad voor blad van buiten naar binnen, zodat het hart blijft doorgroeien. Beide oogsten beginnen al na 4–6 weken en gaan tot 8 weken door per zaai. Dit is de snelste manier om snel sla op tafel te krijgen.
Kropsla, ijssla en bindsla
Kropsla (‘Larissa’, ‘Maikoning’) en ijsbergsla (‘Saladin’) hebben 8–12 weken nodig en oogst je in één keer. Plant ze op 25–30 cm in de rij en 30 cm tussen de rijen. Bindsla, ook romana of Romeinse sla genoemd (‘Forellenschluss’, ‘Little Gem’), zit daar tussenin en is hitte-toleranter dan kropsla.
Mengen voor variatie
De meeste tuiniers combineren: een vaste rij knipsla voor het basis-volume, en daarnaast om de twee weken 8–12 kropplantjes voor de afwisseling. Zo heb je dagelijks blad en wekelijks een hele krop.
Schieten voorkomen in de zomer
Schieten betekent dat de plant een bloemstengel maakt en bitter wordt. Sla doet dat bij hitte (boven 25 °C), bij lange dagen (juni–juli) en bij droogtestress. In een normale Nederlandse zomer kun je dus rekenen op schiet-druk in de tweede helft van juni en in juli.
Wat helpt:
- Kies hitte-tolerante rassen voor de zomer: ‘Sucrine’, ‘Little Gem’, ‘Lollo Rossa’, ‘Yedikule’ of moderne kropsla-cultivars die als ‘zomerras’ staan vermeld.
- Geef lichte schaduw met een vliesdoek of schaduwdoek 30–40%, vooral tussen 12.00 en 16.00 uur.
- Houd de grond gelijkmatig vochtig: liever één keer per 2 dagen flink gieten dan elke dag een beetje. Mulch met grasmaaisel of stro houdt de grond koel.
- Zaai ’s avonds als de grondtemperatuur is gezakt.
- Plant nooit op het heetste deel van de dag uit; doe dat ’s ochtends of ’s avonds.
Volgens KNMI is het aantal warme zomerdagen in Nederland sinds 1990 ongeveer verdubbeld. In de KNMI’23-scenario’s neemt dat verder toe. Plan zomer-sla dus consequent met schaduw in.
Bodem, bemesting en plek
Sla houdt van een losse, vochtige, humusrijke grond met pH 6,5–7,0. Werk voor het zaaien 3–5 liter goed verteerde compost per vierkante meter door de bovenste 15 cm. Verse stalmest hoeft niet en geeft eerder schiet.
Sla is een matige eter. Een licht bijgemest bed waar eerder peulvruchten of aardappelen stonden, voldoet meestal. Strooi eventueel 30–50 gram organische meststof (NPK 6-3-12 of vergelijkbaar) per vierkante meter twee weken voor het planten.
Plek: minimaal 4–5 uur zon per dag, in de zomer is half-schaduw aan het einde van de middag juist een voordeel. Onder hoge gewassen zoals bonenstaken of mais kun je in juli prima sla telen.
Tussen andere gewassen planten
Sla is een ideaal tussen-gewas. Het bezet de grond kort en concurreert weinig met andere planten. Een paar combinaties die werken:
- Tussen jonge tomaten of paprika’s: sla benut het licht zolang de zomergewassen klein zijn en is geoogst voor ze schaduw geven.
- Tussen wortels of pastinaak: sla kiemt sneller, markeert de rij en is weg voor de wortels groot worden.
- Tussen prei of kool: knipsla in de strook ertussen voorkomt onkruid en levert extra oogst.
- Onder fruitbomen of klimrozen: in de halfschaduw groeit sla in juli–augustus prima door.
Houd 20–25 cm afstand tussen sla en nabuurgewassen, zodat geen wortels of bladeren tegen elkaar drukken. Voor meer over slim plannen lees je Moestuin vruchtwisseling: 4-jarige rotatie uitgelegd.
Herfst- en winter-sla
Vanaf eind juli zaai je herfst-sla zoals ‘Brun d’Hiver’, ‘Wintermarie’, ‘Valdor’ en veldsla (Valerianella locusta). Veldsla is geen echte sla maar wordt vaak in dezelfde plek gezaaid en oogst je tot in januari.
Voor onbeschermde overwintering plant je in september–oktober. De plant overwintert klein en groeit door zodra de daglengte in februari–maart toeneemt. Onder een tunnel of in een onverwarmde kas snijd je dan al begin maart de eerste oogst. Plant op 25 cm afstand, geef vlak voor de vorst nog één keer water en mulch met een dunne laag stro of bladeren.
Belangrijk: kies expliciet ‘winterharde’ of ‘overwinterende’ cultivars. Een gewone zomer-kropsla overleeft een Nederlandse winter zelden.
Plagen en problemen
De drie meest voorkomende problemen zijn slakken, bladluizen en valse meeldauw.
Slakken
Slakken vreten jonge plantjes ’s nachts kaal. Wat helpt: ’s avonds met een zaklamp rapen, kopvallen plaatsen, een rand grof zand of houtas rond de plant, of een ring van koperdraad. Bij grote druk kies je een door het Ctgb toegelaten ferri-fosfaat-product (zoek altijd op het Ctgb-register voor je iets koopt). Mijd metaldehyde, dat is sinds 2021 niet meer toegelaten.
Bladluizen
Bladluizen krullen het blad en geven kleverig honingdauw. Stevige straal water spuiten en lieveheersbeestjes laten bijdragen lossen het meestal op. Vermijd te zware stikstofbemesting, dat trekt luizen aan.
Valse meeldauw
Valse meeldauw (Bremia lactucae) geeft gele vlekken op de bovenkant en grijswit pluis aan de onderkant. Het komt op bij koel, vochtig weer. Voorkom door rui-mer plantafstand (minimaal 25 cm), ochtend-watergift in plaats van ’s avonds, en resistente rassen kiezen (let op de codering Bl1–38 op het zaadzakje).
Oogsten en bewaren
Knipsla oogst je ’s ochtends bij koel weer. Knip met een schoon mes 4–5 cm boven de grond, de plant loopt opnieuw uit. Pluksla pluk je per blad. Krop- en ijssla snijd je net onder de onderste bladkrans af.
Bewaren doe je het liefst direct na oogsten. Spoel het blad in koud water, slingerd droog en bewaar in een afgesloten bak of zak in de groentela. Op die manier blijft sla 3 tot 5 dagen knapperig. Geoogst bij hitte gaat het slap binnen een dag; oogst dan vroeg of laat.
Wie elke week wil snijden hoeft niets in te vriezen. Schiet-overschot kun je wel verwerken tot soep of in groene smoothies.
Belangrijk om te weten
Dit artikel is informatief. Voor specifieke vragen over jouw situatie raadpleeg een hovenier, je gemeente of het Ctgb (toegelaten gewasbeschermingsmiddelen). Bij snoei of kap van beschermde bomen geldt de Wet natuurbescherming en mogelijk een gemeentelijke kapvergunning. Tijdens het broedseizoen (maart t/m juli) mag je geen broedende vogels verstoren.
Veelgestelde Vragen
Zaai elke 2 weken een korte rij van 1 tot 2 meter. In de hete zomer mag je een ronde overslaan of voor pluksla en knipsla kiezen, die schieten minder snel.
Hitte-tolerante rassen zoals 'Sucrine', 'Little Gem', 'Lollo Rossa' en 'Yedikule'. Combineer met lichte schaduw en gelijkmatige watergift om schieten te voorkomen.
Ja, met winterharde cultivars zoals 'Brun d'Hiver' of 'Wintermarie' en met veldsla. Zaai eind juli tot half september. In een onverwarmde kas of onder tunnel oogst je tot januari, daarna weer vanaf half februari.
Minimaal 4 tot 5 uur zon per dag. In de zomer is halfschaduw vanaf 13.00 uur juist gunstig, omdat sla bij temperaturen boven 25 graden snel in bloei schiet.
De drie hoofdoorzaken zijn hitte (boven 25 graden), lange daglengte (juni-juli) en droogtestress. Kies zomerrassen, mulch de bodem en zorg voor gelijkmatige vochtigheid.
Knipsla en pluksla 4 tot 6 weken, kropsla en ijssla 8 tot 12 weken. In het voorjaar duurt het langer dan midden in de zomer door de lagere temperatuur en kortere dagen.
Plant op 25 tot 30 cm in de rij en 30 cm tussen de rijen. Bij knipsla en pluksla mag het veel dichter, ongeveer 1 tot 2 cm tussen de zaadjes en je oogst per blad of door af te knippen.