Regenwater opvangen: vat, tank of infiltratie
Duurzame tuin

Regenwater opvangen: vat, tank of infiltratie

Van regenton tot ondergrondse tank: zo kies je het juiste systeem voor jouw tuin

R
Redactie
· 9 min leestijd

Hozenbuien worden door het KNMI-scenario steeds heftiger en zomers droger. Daardoor is regenwater opvangen geen hobby meer, maar een praktische manier om je tuin door extremen te helpen. Een gewone regenton vangt al snel honderden liters per regenbui op, een ondergrondse tank schiet richting duizenden liters en infiltratiekratten houden het water gewoon ter plekke in de bodem.

Welke oplossing past, hangt af van je dakoppervlak, je tuingrootte, je budget en wat je met het water wil doen. Hieronder lees je per systeem wat je kunt verwachten, hoe je aansluit op de regenpijp en welke valkuilen je beter vermijdt.

Hoeveel regenwater levert je dak op?

Een vuistregel: per vierkante meter dakoppervlak en per millimeter regen krijg je ongeveer 1 liter water. In Nederland valt volgens KNMI gemiddeld zo'n 850 mm neerslag per jaar. Een dak van 60 m² levert dus theoretisch 60 × 850 = 51.000 liter per jaar. In een stevige zomerbui van 25 mm valt al 1.500 liter in een uur op datzelfde dak.

Die getallen verklaren waarom een regenton van 200 liter binnen vijf minuten vol zit. Wil je serieus opvangen, dan moet je rekenen met meerdere tonnen, een grote tank of een combinatie met infiltratie. Reken eerst je horizontaal geprojecteerde dakoppervlak uit: lengte × breedte van het dak, niet de schuine helling.

Hou ook rekening met afvoerverlies. Een schuin pannendak heeft een afvoercoëfficiënt van ongeveer 0,9, een platdak met grind 0,7 en een groendak slechts 0,3 tot 0,5. Bij een groendak houdt de begroeiing veel water vast, wat gunstig is voor het riool maar minder voor je opvang.

De klassieke regenton: 100 tot 300 liter

De regenton is het laagdrempelige instappunt. Modellen van 100, 200 of 300 liter staan onder een regenpijp en zijn binnen een uur geplaatst. Je gebruikt het water voor je borders, moestuin of potplanten. Het tapkraantje zit doorgaans 5 tot 10 cm boven de bodem zodat bezinksel niet meekomt.

Plaats de ton op een stevige ondergrond — een volle ton van 200 liter weegt 200 kilo en zakt anders scheef. Gebruik een tegel of stoeptegelpoer met daaroverheen een regentonvoet of stenen verhoging van 30 tot 50 cm, zodat een gieter eronder past.

De aansluiting gebeurt met een regenpijp-vulautomaat (of ‘regendief’): een T-stuk in de regenpijp dat water afsplitst naar de ton en bij volle ton automatisch terugleidt naar de pijp. Hierdoor loopt de ton niet over je gevel.

  • Kosten regenton 200 liter: € 60 tot € 150
  • Vulautomaat: € 25 tot € 50
  • Plaatsing: zelf doen, halve middag
  • Levensduur: 10 tot 20 jaar bij UV-bestendige kunststof

Veel gemeenten geven subsidie van € 30 tot € 75 op een regenton. Check je gemeentelijke website onder ‘klimaatadaptatie’ of ‘afkoppelen’.

Regentonbatterij: meerdere tonnen koppelen

Heb je meer water nodig dan 300 liter, dan kun je twee of drie tonnen koppelen via een doorvoerset onderaan. Het water zoekt zijn evenwicht en alle tonnen vullen zich gelijktijdig. Drie tonnen van 300 liter geven samen 900 liter buffer voor circa € 250 tot € 450.

Het voordeel: schaalbaar, geen graafwerk, eenvoudig zelf te installeren. Het nadeel: je verliest tuinmeters langs de gevel, en in de winter moet je leegmaken om vorstschade te voorkomen.

Plaats de tonnen op gelijke hoogte op een waterpasse fundering. Een paar centimeter scheef en de waterverdeling klopt niet meer. Gebruik flexibele slang met klemkoppelingen, geen lijmverbindingen — die scheuren bij vorst.

Bovengrondse tank: 500 tot 2.000 liter

Voor wie tussen regenton en ondergrondse tank zit, is een grote bovengrondse tank een tussenoplossing. Modellen van 1.000 liter (zogenoemde IBC-tanks of design-tanks) zijn populair. IBC's kosten tweedehands € 60 tot € 120, designtanks € 300 tot € 800.

Belangrijk: een IBC moet je afdekken tegen UV-licht en algengroei. Gebruik een hoes of plaats de tank in de schaduw. De aansluiting werkt hetzelfde als bij een regenton, maar gezien het volume kun je beter een dikkere aanvoerleiding (32 of 40 mm) gebruiken zodat heftige buien er voldoende doorheen kunnen.

Houd er rekening mee dat een tank van 1.000 liter 1 m³ ruimte inneemt — vergelijkbaar met een vierkante meter tuin met 1 meter hoogte. Niet iedereen vindt zo'n object esthetisch. Een houten ombouw van schermplanken lost dat op.

Ondergrondse tank: 1.000 tot 10.000 liter

Voor maximaal opslaan en weinig zichtbare overlast graaf je een tank in. Volumes lopen van 1.500 tot 10.000 liter, voor de gemiddelde Nederlandse tuin is 3.000 tot 5.000 liter een goede keuze. Een gezin van vier dat WC's en wasmachine voedt, gebruikt al snel 50.000 liter regenwater per jaar — dan is buffer essentieel om droge weken te overbruggen.

De tank wordt 1,5 tot 2,5 meter diep ingegraven. Daarvoor moet je een gat van circa 4 m³ uitgraven, een zandbed van 20 cm aanbrengen en de tank afdekken met een grindlaag en grond. Reken op een graafmachine en een aannemer; doe-het-zelf kan, maar is zwaar werk.

  • Kunststof tank 3.000 liter: € 800 tot € 1.500
  • Betonnen tank 5.000 liter: € 1.500 tot € 2.800
  • Graafwerk: € 800 tot € 2.000
  • Pomp en filter: € 300 tot € 700
  • Totaalprojecten: € 2.500 tot € 6.000

Wil je het water voor toilet en wasmachine gebruiken, dan is een dompelpomp of zuigpomp nodig en een aparte leiding door je huis. Hiervoor geldt: laat het water nooit kruisen met drinkwaterleidingen, voorzie ze van een Cat-5-keerklep en label het regenwater duidelijk.

Infiltratiekratten: water terug de bodem in

Een infiltratiesysteem houdt het water niet vast in een tank, maar laat het langzaam in de bodem zakken. Dit is ideaal als je tuin op zandgrond ligt en je het water niet wil hergebruiken. Op klei werkt het minder goed, omdat de bodem te slecht doorlaat.

Infiltratiekratten zijn kunststof bakken van bijvoorbeeld 60 × 60 × 40 cm die je 60 tot 100 cm onder de grond inbouwt, omhuld door geotextiel en grind. Een krat van 200 liter kost € 40 tot € 80; voor 1.000 liter buffer heb je 5 stuks nodig en een kuil van circa 1,5 m³.

Voer eerst een doorlatendheidstest uit: graaf een gat van 30 cm, vul met water, kijk hoelang het zakken duurt. Onder de 30 minuten per 10 cm is goed, daarboven werkt infiltratie niet. Bel anders je gemeente — sommige hebben gratis advies.

Plaats de kratten minimaal 5 meter van je woning, anders kan vocht onder je fundering trekken. Houd ook 2 meter afstand van schuttingen en bomen. Voorzie een zandvanger vóór de kratten, anders raken ze in 5 jaar dichtgeslibd.

Slimme combinaties: bufferen én hergebruiken

De slimste setup combineert opvang met infiltratie. Je vangt eerst water op in een tank of regenton voor gebruik. Bij volle tank loopt de overloop naar een infiltratiekrat in plaats van naar het riool. Zo bespaar je leidingwater én ontlast je het riool tijdens piekbuien.

Een populaire setup: 200-liter regenton met overloop naar een grindkoffer (eenvoudige variant van infiltratiekrat: gat van 1 m³, gevuld met grind, afgedekt met geotextiel). Dit kost samen € 200 tot € 400 en is in een weekend te realiseren.

Voor grotere tuinen is een 5.000-liter tank met overloop naar een wadi (laag begroeide kuil) een fraaie oplossing. De wadi vult bij regen kortstondig en zakt binnen 24 uur leeg. Wadi's zijn zelfs aantrekkelijk: vochtminnende planten als gele lis (Iris pseudacorus), dotterbloem (Caltha palustris) en wederik (Lysimachia vulgaris) gedijen er goed.

Aansluiten op de regenpijp: stap voor stap

Voor een regenton met vulautomaat:

  1. Plaats de ton op een stabiele verhoging van 30-50 cm.
  2. Markeer de hoogte van de aansluiting op de regenpijp, ongeveer ter hoogte van de bovenrand van de ton.
  3. Zaag een stuk van 12 cm uit de regenpijp met een ijzerzaag.
  4. Plaats de vulautomaat in de pijp en sluit met de meegeleverde slang aan op de ton.
  5. Zet de ton tijdelijk niet vast en test met een tuinslang of het water netjes loopt.

Voor een ondergrondse tank schakel je beter een aannemer in. Belangrijke punten: de tank moet voldoende belastbaar zijn (autoverkeer = zware uitvoering), de aanvoer moet onder afschot 2° liggen en je hebt een ontluchting nodig zodat lucht kan ontsnappen bij vullen.

Bij elk systeem geldt: zet een filter (bladvanger of fijn rooster) aan het begin van de leiding. Anders raakt je opvang vol bladeren, mos en dakgrind, wat tot stinkend water leidt.

Onderhoud, vorst en hygiëne

Regenwater is geen drinkwater. Voor de tuin is het uitstekend, maar zorg dat het niet te lang stilstaat in de zon. Zwart of donker materiaal voorkomt algengroei. Maak een regenton 1× per jaar leeg, spoel hem uit en check het kraantje op kalkaanslag.

In de winter (november-maart) loopt een ton boven de grond risico op vorstschade. Tap af tot 80% en haal het kraantje los, of plaats een tegelplaat schuin in de ton zodat ijs uitzet zonder de wand te scheuren. Een ondergrondse tank zit op vorstvrije diepte (minimaal 80 cm) en heeft hier geen last van.

Heb je het water nodig voor de moestuin, gebruik het dan op de bodem (druppelslang) en niet over de bladeren van eetbare gewassen, zeker niet vlak voor oogst. Vogeluitwerpselen op het dak kunnen bacteriën meegeven; voor sla en spinazie is regenwater op het blad af te raden.

Subsidies en regelgeving 2026

Onder het programma Operatie Steenbreek en de gemeentelijke klimaatadaptatie-plannen bieden veel gemeenten subsidie aan voor afkoppelen van de regenpijp. Bedragen lopen uiteen van € 5 tot € 15 per vierkante meter afgekoppeld dakoppervlak, met een maximum van enkele honderden euro's per huishouden.

Onder de Omgevingswet (sinds 2024) zijn gemeenten bevoegd om in lokale verordeningen te eisen dat regenwater op eigen perceel wordt opgevangen of geïnfiltreerd, vooral bij nieuwbouw of grote verbouwingen. Check de regionale waterschap-website voor specifieke regels.

Verder geldt: regenwateropvang die boven de grond staat heeft geen vergunning nodig, ondergrondse tanks meestal ook niet zolang ze op eigen terrein blijven. Pomp-installaties die op het waterleidingnet aansluiten vallen onder de Drinkwaterwet — laat dat door een erkend installateur doen.

Welk systeem past bij welke tuin?

Voor een kleine stadstuin of balkon: een regenton van 100 tot 200 liter is genoeg. Combineer eventueel met een tweede ton bij groot dakoppervlak. Voor een gemiddelde achtertuin van 100-200 m²: een regenton van 300 liter of een IBC-tank van 1.000 liter, met overloop naar grindkoffer.

Voor een grote tuin met vijver, moestuin en gazon: ondergrondse tank van 3.000-5.000 liter, met aansluiting op druppelirrigatie en eventueel toilet/wasmachine. Voor zandgrond: aanvullen met infiltratiekratten of een wadi voor de overloop.

Voor wie veel doe-het-zelft en weinig wil uitgeven: regentonbatterij + grindkoffer (totaal € 250-400). Voor wie max wil opvangen en het zicht niet wil aantasten: ondergrondse tank (€ 3.000-5.000 totaal). Voor wie het riool wil ontlasten zonder hergebruik: infiltratiekratten (€ 500-1.500).

Wil je beginnen, kijk dan eerst hoe je dakwater nu loopt: rechtstreeks het riool in, naar een drainpijp, of staat er al iets in de tuin? Dat bepaalt hoe ingrijpend je aanpak wordt. Bekijk ook Tegels eruit, planten erin: jouw tuin vergroenen voor het bredere plaatje rondom vergroening en wateropname.

Belangrijk om te weten

Dit artikel is informatief. Voor specifieke vragen over jouw situatie raadpleeg een hovenier, je gemeente of het Ctgb (toegelaten gewasbeschermingsmiddelen). Bij snoei of kap van beschermde bomen geldt de Wet natuurbescherming en mogelijk een gemeentelijke kapvergunning. Tijdens het broedseizoen (maart t/m juli) mag je geen broedende vogels verstoren.

regenwater regenton infiltratie duurzaam tuinieren klimaatadaptatie

Veelgestelde Vragen

Gerelateerde Artikelen