De keuze tussen goudvis en koi voelt klein, maar heeft enorme gevolgen voor de inrichting van je vijver. Een handvol goudvissen redt zich in 1.500 liter, terwijl een trio koi al 4.500 liter en een serieus filter vraagt. Wie de verkeerde vis kiest, eindigt met troebel water, zieke vissen of een dure overstap naar een grotere bak.
Hieronder vergelijk je beide vissen op alle praktische punten: vijvergrootte, voerregime, ziekten, winterhardheid en kosten over een jaar. Daarna kun je gericht kiezen welke past bij jouw tuin, budget en aandacht.
Wat is een goudvis precies
De goudvis (*Carassius auratus*) is een gedomesticeerde karperachtige uit China en wordt al sinds de Tang-dynastie gehouden. Een gewone goudvis groeit in een ruime vijver tot 20 a 25 cm, leeft 10 tot 20 jaar en is uitgesproken winterhard tot in een Nederlandse vijver met ijslaag. Naast de gewone variant bestaan sluierstaarten, shubunkins en sarasa-goudvissen, allemaal even hard.
Goudvissen zijn omnivoor. Ze eten muggenlarven, watervlooien, plantendelen en in de winter haast niets. Het zijn vrij sociale vissen die in groepjes van vijf of meer beter functioneren dan solitair. Een ondiep gedeelte van 30 tot 40 cm helpt voor opwarming in het voorjaar; daar paaien ze meestal tussen mei en juni op het waterplant-blad.
Wat is een koi precies
De koi (*Cyprinus carpio*, kweekvariant nishikigoi) komt uit Japan en is een sierkarper die gefokt is op kleurpatronen zoals kohaku, sanke en showa. Een volwassen koi wordt 60 tot 90 cm lang en weegt 6 tot 12 kg. Levensduur is 25 tot 50 jaar onder goede omstandigheden, en in uitzonderingsgevallen veel langer. Een koivijver is daarmee een investering voor de lange termijn.
Koi zijn carnivore omnivoren met een intens metabolisme. Ze graven in de bodem op zoek naar voedsel, woelen substraat los en hebben een veel groter zuurstofgebruik dan goudvissen. Een koivijver heeft daarom een steile of gemetselde rand zonder bodemsubstraat, een diepte van minimaal 1,2 meter, en een serieus filterpakket.
Vijvergrootte en diepte
Voor goudvissen is de vuistregel 100 liter water per vis met een minimum van 1.500 liter voor een groepje. Diepte van 80 cm volstaat in de meeste regio's, omdat de bodemlaag dan niet bevriest. Voor een achtertuin van bescheiden formaat is een goudvisvijver van 2.000 tot 4.000 liter prima werkbaar.
Voor koi geldt minimaal 1.500 liter per vis en bij voorkeur 2.000 liter per vis. Een trio is dus 4.500 tot 6.000 liter, en wie zes koi wil, kijkt naar 9.000 tot 12.000 liter. De diepte moet minstens 1,2 meter zijn, met 1,5 meter als comfortabele norm voor de winter en de zomerse waterstabiliteit. Een koivijver van minder dan 5.000 liter is geen koivijver maar een wachtkamer.
Een ondiepe gepunte vorm met allerlei taluds is voor koi onhandig. Steile randen voorkomen dat een reiger of kat de vis kan grijpen, en een gladde bodem maakt schoonmaken makkelijker. Een goudvisvijver mag wel een natuurlijker oever hebben met overgangen, plantenplateaus en een ondiep moerasdeel.
Filter, debiet en zuurstof
Een goudvisvijver functioneert met een drukfilter en een pomp die het water elke twee uur rondpompt. Voor een vijver van 3.000 liter werkt een filter met 9 watt UVC en een pomp van 1.500 a 2.000 l/u. Daarmee houd je het water helder en de bacteriecultuur stabiel.
Een koivijver vraagt een trommelfilter of multibay-systeem, een bodemafvoer van 110 mm en een pomp die elk uur het hele volume rondpompt. Voor 10.000 liter is dat 10.000 l/u. Reken op 18 watt UVC voor 10.000 liter (ca. 2 watt per kuub) en een biokamer van minimaal 1 m3 met bewegend medium. Een beluchterpomp aan de zijkant tilt het zuurstofgehalte in een hete julimaand omhoog.
Het verschil in filtercapaciteit komt uit de visbiomassa. Een volwassen koi van 8 kg produceert evenveel ammoniak per dag als 30 a 40 goudvissen. De biologische bacteriecultuur die ammoniak afbreekt heeft daarom veel meer oppervlak, zuurstof en stabiliteit nodig.
Voer en hoeveelheden
Goudvissen krijgen tussen mei en september eens per dag een handvol drijvende korrels of vlokken in een hoeveelheid die ze in 5 minuten opeten. In het voorjaar bij temperaturen onder de 12 graden geef je een tarwekiem-voer dat licht verteerbaar is. Vanaf oktober stop je de voeding zodra de watertemperatuur onder de 10 graden zakt; goudvissen overwinteren op hun vetreserve.
Koi krijgen veel meer voer en in fasen. In de zomer, bij watertemperaturen tussen 18 en 25 graden, voer je drie tot vijf keer per dag een eiwitrijk groeivoer met 36 tot 42 procent eiwit. Bij 14 tot 18 graden ga je over op een onderhoudsvoer met 30 tot 35 procent eiwit en twee voerbeurten. Onder 14 graden uitsluitend tarwekiem-voer, en onder 10 graden helemaal niets meer.
Te veel voeren is de hoofdoorzaak van troebel water en algenbloei. Wat de vissen niet binnen 5 minuten opeten, valt naar de bodem en gaat rotten. Het ammoniakniveau loopt op, het filter raakt overbelast en de waterkwaliteit zakt in een paar dagen weg. Beter te weinig dan te veel.
Ziekten en preventie
Goudvissen zijn relatief robuust. Veel voorkomende problemen zijn witte stip (*Ichthyophthirius multifiliis*), kieuwwormen en in late zomer een schimmel-aanslag op kwetsbare plekken. Behandelingen verlopen meestal goed met zoutbaden van 0,3 procent en zorgvuldige waterwissels. Vermijd middelen die niet door het Ctgb zijn toegelaten.
Koi zijn gevoeliger voor herpesvirussen, vooral KHV (Koi Herpes Virus) en het minder bekende CEV (Carp Edema Virus). Beide virussen kunnen een hele vijver in een week wegvagen. Bron is bijna altijd nieuwe vis die zonder quarantaine wordt toegevoegd. Een aparte quarantainebak van minimaal 1.000 liter met eigen filter en zes weken observatie is voor koi-houders standaard.
Andere koi-aandoeningen zijn aalstreepje (*Aeromonas*), karperluis (*Argulus*) en ankerworm (*Lernaea*). Wekelijkse visuele controle, en bij twijfel watercontrole op ammoniak, nitriet, pH en KH, voorkomen 80 procent van de problemen. Een vis die afgezonderd hangt of klemt op de bodem is altijd een alarmsignaal.
Winterhardheid en overwinteren
Beide vissen zijn winterhard, mits de vijver niet helemaal dichtvriest. Goudvissen zakken bij temperaturen onder 6 graden naar de bodem en komen in een soort winterrust. Hou een wak open met een ijsvrijhouder of luchtpompje in het ondiepe deel; gassen uit rottend bladafval moeten kunnen ontsnappen. Hak nooit met een hamer in het ijs, dat geeft een drukgolf die de zwemblaas beschadigt.
Koi vragen extra aandacht in een lange koudegolf. Een vijver met 1,5 meter diepte koelt onderin niet onder de 4 graden, terwijl de bovenlaag tot 0 graden zakt. De vissen blijven in die warmere onderlaag stil hangen. Voer vanaf oktober afbouwen en vanaf 10 graden helemaal stoppen. Een filter dat in december nog draait, koelt het water bovenmatig af; het is beter het filter stil te zetten en alleen een beluchter te gebruiken.
In een KNMI-warme winter zoals 2024-2025 was de watertemperatuur soms wekenlang boven de 6 graden. Veel houders maakten de fout om dan al te voeren, maar onder 12 graden verteren beide vissen zwaar voer slecht. Hou je aan de regel: tarwekiem-voer alleen tussen 8 en 14 graden, en alleen als de vissen actief naar de oppervlakte komen.
Kosten over een jaar
Een goudvisvijver van 3.000 liter heeft globaal deze jaarkosten: 60 tot 80 euro pomp- en filterstroom, 30 euro voer, 30 euro UVC-lamp en 20 euro waterbehandelingsmiddelen. Inclusief afschrijving van pomp en filter zit je rond de 200 euro per jaar exclusief vissen.
Een koivijver van 12.000 liter komt richting 350 tot 600 euro per jaar aan stroom (filterpomp, beluchter, UVC), 150 euro voer, 60 euro UVC-lamp en 100 euro testset en behandelingen. Daar bovenop komt afschrijving van trommelfilter en biokamer, plus de vissen zelf, die per stuk al snel 50 tot 500 euro kosten en bij showkwaliteit duizenden euro's.
Wie alleen wil genieten van de plons in de tuin, is met goudvissen veel beter af. Wie de hobby zoekt en bereid is wekelijks tijd te steken in waterkwaliteit, leeft op met koi.
Combineren: goudvis met koi
Op papier kan het, in de praktijk werkt het slecht. Goudvissen en koi mengen leidt vaak tot kruisingen die er noch goudvis noch koi uitzien, en de groei-eis van koi maakt de vijver te groot voor de gemoedelijkheid van een goudvisvijver. Bovendien zijn koi gevoeliger voor ziekten die goudvissen vrij dragen, zoals bepaalde parasieten.
Wil je toch mengen, kies dan voor goudvis-varianten die net zo robuust zijn als koi (shubunkin, sarasa) en zorg voor een vijver die aan de koi-eisen voldoet: 1,2 meter diepte, 1.500 liter per koi, en een filter zoals beschreven. Houd in de gaten dat goudvissen meeeten van het koi-voer; pas de eiwitwaarde dan aan.
Belangrijk om te weten
Dit artikel is informatief. Voor specifieke vragen over jouw situatie raadpleeg een hovenier, je gemeente of het Ctgb (toegelaten gewasbeschermingsmiddelen). Bij snoei of kap van beschermde bomen geldt de Wet natuurbescherming en mogelijk een gemeentelijke kapvergunning. Tijdens het broedseizoen (maart t/m juli) mag je geen broedende vogels verstoren.
Veelgestelde Vragen
Reken op 100 liter per goudvis als minimum. In 2.000 liter passen comfortabel acht tot tien goudvissen, mits filter en pomp het volume elke twee uur rondpompen en de vijver minstens 80 cm diep is.
Minimaal 1,2 meter, bij voorkeur 1,5 meter. Daarmee koelt de onderlaag niet onder de 4 graden in de winter en blijft de watertemperatuur in de zomer stabieler. Onder de meter is geen koivijver.
Niets. Bij watertemperaturen onder de 10 graden stop je met voeren. Goudvissen leven van hun vetreserve en bewegen nauwelijks. Tussen 8 en 14 graden gebruik je tarwekiem-voer als overgangsvoer.
Het kan, maar het werkt zelden goed. Koi vragen veel meer ruimte, een sterker filter en mogen niet bij ziekten van goudvissen. Mengen geeft soms kruisingen en stress. Bij voorkeur kies je een type vis.
Onder goede omstandigheden 25 tot 50 jaar. Met een diepe vijver, stabiele waterkwaliteit en geen overbezetting halen veel koi de 30 jaar zonder problemen. De Japanse koi Hanako werd uitzonderlijk oud.
Een trommelfilter of multibay-filter met biokamer. Een drukfilter is voor koi te beperkt; de biomassa van koi vraagt minimaal 100 liter filtervolume per kuub vijverwater en een sterke mechanische voorzuivering.
Nee. Onder 10 graden stoppen koi met voedsel verteren. Bijvoeren leidt tot rottend voer in de bodem, ammoniakpieken en darmproblemen. Voer afbouwen vanaf oktober en helemaal stoppen onder 10 graden.