Een tuin met bijenvriendelijke planten levert van het vroege voorjaar tot in de herfst voedsel voor honingbijen, hommels en de bijna 360 wilde bijensoorten in Nederland. De truc zit niet in één grote vlinderstruik, maar in een gevarieerde beplanting die elke maand iets in bloei heeft. In dit artikel lees je welke planten echt nectar en stuifmeel leveren, hoe je ze combineert en welke fouten je voorkomt.
Veel sierplanten in tuincentra zijn doorgekweekt op dubbele bloemen of steriele cultivars. Die zijn voor bijen waardeloos, omdat de meeldraden zijn omgevormd tot kroonbladen. Kies daarom — waar mogelijk — soorten met enkele bloemen en open hart.
Wat maakt een plant echt bijenvriendelijk?
Een plant is bijenvriendelijk als bijen er nectar en/of stuifmeel uit kunnen halen. Drie kenmerken bepalen de waarde:
- Open, enkele bloemen — bij gevulde of dubbele cultivars zijn de meeldraden weg.
- Veel bloemen per plant — schermbloemen en lipbloemen leveren in één bezoek meerdere ‘hapjes’.
- Lange bloeiperiode — vaste planten die 6-10 weken bloeien zijn waardevoller dan eendaagse showbloeiers.
Wilde bijen zijn vaak gespecialiseerd op een plantenfamilie. De grijze zandbij (Andrena vaga) verzamelt bijvoorbeeld alleen stuifmeel van wilg (Salix). Voor maximale soortenrijkdom kies je dus naast nectarplanten ook gespecialiseerde drachtplanten zoals wilg, klokjes, slangenkruid en gewone rolklaver.
Vroege voorjaarsbloeiers (februari t/m april)
De eerste hommelkoninginnen vliegen al uit bij 10°C. Ze hebben dan dringend nectar nodig om hun nest te starten. Plant deze soorten in een zonnige, beschutte hoek:
- Sneeuwklokje (Galanthus nivalis) — bloei feb-mrt, plant bollen 8 cm diep in oktober, 5-8 cm afstand.
- Krokus (Crocus tommasinianus) — bloei feb-mrt, bollen 8-10 cm diep, in groepen van 25 stuks.
- Blauwe druifjes (Muscari armeniacum) — bloei mrt-apr, bollen 8 cm diep.
- Longkruid (Pulmonaria officinalis) — bloei mrt-apr, halfschaduw, plant 30 cm uit elkaar.
- Wilg (Salix caprea) — cruciaal voor wilde bijen, mannelijke katjes leveren stuifmeel.
- Bosanemoon (Anemone nemorosa) — bostuin, bloei mrt-mei.
Plant lentebloeiers in clusters van minimaal tien bollen of planten. Verspreide enkele bloemen worden vaak overgeslagen door bijen op zoek naar een rendabele dracht.
Late lente en vroege zomer (mei t/m juni)
Na 1 mei explodeert het aanbod aan bijenplanten. Dit is ook de periode waarin de meeste solitaire bijen vliegen. Combineer kruidenachtige planten met laagblijvende bodembedekkers:
- Akelei (Aquilegia vulgaris) — bloei mei-jun, geliefd bij de aardhommel.
- Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea) — bloei jun-jul, hommels duiken in de bloemkelken.
- Salie (Salvia nemorosa ‘Caradonna’) — bloei jun-aug, knip terug na eerste bloei voor nabloei.
- Kattekruid (Nepeta x faassenii) — bloei mei-sep met knipronde, magneet voor hommels.
- Slangenkruid (Echium vulgare) — tweejarig, bloei jun-sep, top-drachtplant met blauwviolette bloemen.
- Phacelia (Phacelia tanacetifolia) — eenjarig, zaai van apr-jul met 6 weken interval voor doorlopende bloei.
Plant in groepen van minstens drie tot vijf exemplaren per soort. Zo besparen bijen vliegtijd en verzamelen ze efficiënter.
Hoogzomer (juli en augustus)
In juli is er in veel tuinen een ‘dracht-gat’: voorjaarsbollen zijn uitgebloeid, herfstasters nog niet open. Met deze planten dek je de zomer af:
- Lavendel (Lavandula angustifolia) — bloei jul-aug, knip half augustus terug tot 5 cm boven het oude hout.
- Marjolein (Origanum vulgare) — bloei jul-sep, één van de allerbeste bijenkruiden.
- Wilde marjolein — haalt 50+ insectensoorten in één bloeiseizoen.
- Rode zonnehoed (Echinacea purpurea) — bloei jul-sep, zaad blijft ook voor distelvink staan.
- Vlasleeuwenbek (Linaria vulgaris) — speciaal voor langtongige hommels.
- Rolklaver (Lotus corniculatus) — lage, gele bloei voor wilde bijen, ideaal in een bijenmengsel.
- Zonnebloem (Helianthus annuus) — kies enkelbloemige cultivars; pollenrijk type, geen pollen-loze sierhybriden.
Geef bloeiende kruidplanten een schrale, zonnige plek. Te veel mest geeft slappe stengels en minder geur, en daarmee minder aantrekkingskracht voor bijen.
Late zomer en herfst (september en oktober)
Late drachtplanten zijn cruciaal voor hommelvolken die in september nog werksters opbouwen. Kies hiervoor:
- Aster (Symphyotrichum novi-belgii en S. novae-angliae) — bloei sep-okt, plant 50-60 cm uit elkaar.
- Herfstanemoon (Anemone hupehensis) — bloei aug-okt, halfschaduw.
- Sedum / hemelsleutel (Hylotelephium spectabile) — bloei sep-okt, droogteresistent.
- Klimop (Hedera helix) — bloei sep-nov, één van de laatste nectarbronnen voor de klimop-bij.
- Vetkruid (Sedum acre) — mei-jul bloei, ook na bloei waardevol als groendak-plant.
Snoei aster en sedum pas in maart. Holle stengels dienen als overwinteringsplek voor solitaire bijen en hun larven.
Inheems versus exotisch: wat werkt beter?
Inheemse soorten ondersteunen de meeste insecten omdat ze co-geëvolueerd zijn met de Nederlandse fauna. Een sleedoorn (Prunus spinosa) of meidoorn (Crataegus monogyna) trekt tientallen soorten wilde bijen, terwijl een exotische rhododendron er zelden één levert.
Toch hoef je niet 100% inheems te planten. Mediterrane kruiden als lavendel en salie zijn topdrachtplanten gebleken in het KNMI’23-klimaat, met drogere zomers en mildere winters. Een mix van 60-70% inheems + 30-40% mediterraan/Aziatisch werkt voor de meeste tuinen prima.
Vermijd cultivars met ‘dubbel’, ‘gevuld’ of ‘flore pleno’ in de naam. Die zijn esthetisch maar bieden geen voedsel.
Plantafstanden en grondvoorbereiding
Bijenplanten gedijen op een zonnige, doorlatende bodem. De meeste kruiden willen 6+ uur zon per dag. Werk bij zware klei een laag van 5 cm fijn grit door de bovenste 30 cm grond. Op zand werk je 5 cm tuincompost door tegen uitdroging.
Plantafstanden voor borderstroken:
- Lage soorten (lavendel, salie, kattekruid): 30-40 cm
- Middenhoge soorten (echinacea, marjolein): 40-50 cm
- Hoge soorten (vingerhoedskruid, aster): 50-70 cm
- Bollen in groepen: 5-10 cm tussen bollen, op 8-10 cm diepte
Plant nieuwe vaste planten bij voorkeur in september-oktober of maart-april. Vermijd planten tijdens warme, droge perioden.
Wat je beter laat staan en niet doet
Bijenvriendelijk tuinieren is ook iets niet doen. Concrete tips uit Operatie Steenbreek 2026:
- Maai gazon hoogstens om de drie weken (Maai-mei-niet); klaver en paardenbloem zijn topdrachtplanten.
- Laat een hoek van de tuin verwilderen. Brandnetels zijn gastheer voor 30+ vlindersoorten en hun rupsen.
- Snoei vaste planten pas in maart, niet in november. Stengels zijn winterverblijven.
- Gebruik geen breedwerkende insecticiden. Voor de wet (Ctgb-toelating) en voor de bijen.
- Vervang tegels door beplanting waar mogelijk. Zelfs één m² vergroening levert al drachtplanten.
Door Tegels eruit, planten erin: jouw tuin vergroenen te volgen creëer je in een middag al een nieuwe bijenhoek waar voorheen verharding lag.
Speciale aandacht voor wilde bijen
Honingbijen krijgen veel aandacht, maar 56% van de Nederlandse wilde bijensoorten staat op de Rode Lijst. Voor hen tellen drie zaken:
- Nestgelegenheid — open zandbodempjes (geen mulch overal), holle stengels van vlier of riet, droge takkenrillen.
- Specialistenplanten — slangenkruid voor de bremfortbij, klokjes (Campanula) voor de klokjesbij, kaardenbol voor langtongige soorten.
- Continue dracht — zonder lenteéén nest, zonder zomer geen werksters, zonder herfst geen winterstort.
Een ‘bijenhotel’ werkt alleen als er drachtplanten in een straal van 100 meter staan. Solitaire bijen vliegen zelden verder dan dat.
Belangrijk om te weten
Dit artikel is informatief. Voor specifieke vragen over jouw situatie raadpleeg een hovenier, je gemeente of het Ctgb (toegelaten gewasbeschermingsmiddelen). Bij snoei of kap van beschermde bomen geldt de Wet natuurbescherming en mogelijk een gemeentelijke kapvergunning. Tijdens het broedseizoen (maart t/m juli) mag je geen broedende vogels verstoren.
Veelgestelde Vragen
Krokus, sneeuwklokje, blauwe druifjes en wilg leveren al vanaf februari nectar en stuifmeel voor uitvliegende hommelkoninginnen en de eerste honingbijen.
Vlinderstruik (Buddleja davidii) trekt vlinders aan, maar levert nauwelijks stuifmeel voor bijen. Bovendien is hij invasief in Nederlandse natuurgebieden. Kies liever koninginnenkruid of kattekruid.
Plant per soort minimaal drie tot vijf exemplaren in een groep. Streef naar twintig verschillende soorten verspreid over voorjaar, zomer en herfst voor continue dracht.
Eenjarige bloemenmengsels (phacelia, korenbloem, koriander) leveren snelle dracht in jaar 1, maar verdwijnen daarna. Combineer altijd met meerjarige soorten voor structurele bijen-tuin.
Op een balkon werken bakken met lavendel, salie, marjolein en sedum prima. Geef ze een zonnige plek en zorg voor doorlatende potgrond.
Geef hoogstens een dunne laag tuincompost in maart. Te veel stikstof geeft slappe groei en minder geur, waardoor bijen je planten minder vinden.
Snoei vaste planten zoals aster, sedum en echinacea pas eind februari of begin maart. De holle stengels herbergen overwinterende solitaire bijen en larven.