De Nederlandse winter wordt korter en grilliger, en het voorjaar van 2026 begint daardoor in veel tuinen al begin maart. Toch zijn er duidelijke ankerpunten: niet te vroeg snoeien, niet te vroeg zaaien, niet te vroeg bemesten. Deze checklist loopt door wat je tussen 1 maart en 30 april doet, met data, dieptes en concrete plantnamen.
De volgorde is niet willekeurig. Vroege bloeiers zoals krokus (*Crocus vernus*) en sneeuwklokje (*Galanthus nivalis*) zijn al klaar voor de bijen, terwijl rozen (*Rosa*) nog wachten op temperaturen boven 8 graden. Insecten ontwaken uit overwinteringsplekken in dood hout en holle stengels: dat raakt direct aan wat je wel en niet opruimt.
Eerste week van maart: rondgang en planning
Maak een rondgang door de tuin met notitieblokje. Check welke planten de winter overleefden, welke takken kapot zijn, of het terras schade heeft, en hoe het gazon erbij ligt. Schrijf op: 'rozen snoeien', 'gras schaden bijzaaien', 'composthoop omzetten', 'pomp aanzetten'. Werk dat lijstje in twee maanden af.
Inspecteer ook de tuingereedschappen. Slijp snoeischaren met een staalbestand of borstel ze schoon, vet draaipunten met machineolie, en vervang versleten heggenscharen. Een doffe schaar maakt rafelige snoeiwonden waarin schimmels makkelijk binnenkomen.
Bestel zaden online of haal ze bij een zaadwinkel in week 1 of 2. Populaire bio-rassen van tomaat (*Solanum lycopersicum*), courgette (*Cucurbita pepo*) en kapucijners (*Pisum sativum*) zijn rond half maart vaak uitverkocht. Lees de zaaitabel op de achterkant van het zakje en plan zaaidata van begin maart tot eind mei.
Tweede week van maart: snoei winterhout
Tussen 1 en 15 maart snoei je de meeste loofhoutsoorten die in de zomer bloeien. Zomerbloeiende heesters bloeien op nieuw hout, dus snoei stimuleert bloei. Concreet: vlinderstruik (*Buddleja davidii*) tot 30 cm boven de grond, sering (*Syringa vulgaris*) alleen uitdunnen na bloei (mei-juni), hortensia (*Hydrangea paniculata*) tot 30 cm boven oude takken.
Niet snoeien: voorjaarsbloeiers zoals forsythia (*Forsythia x intermedia*), Japanse kers (*Prunus serrulata*) en magnolia (*Magnolia stellata*). Die hebben hun bloemknoppen al klaar uit het vorige jaar. Snoei die direct na de bloei in mei.
Rozen snoei je pas als de eerste forsythia geel kleurt, meestal half tot eind maart. Knip terug tot 4-6 ogen boven de ent, schuin (5 mm boven het oog) van het oog af. Verwijder al het zieke en kruisende hout. Dood hout herken je aan de zwartbruine kleur in de pith.
Holle stengels van overwinteringszones (vaste planten die je in november liet staan) knip je nu pas weg, niet eerder. Insecten zoals solitaire bijen en gaasvliegen overwinteren erin tot circa 8 graden gemiddelde dagtemperatuur. Snij stengels van vlinderstruik, schermbloemigen en grassen af op 10 cm hoogte; de onderlaag broeit nog warmte.
Derde week van maart: zaaien onder glas
Vanaf half maart kun je tomaten, paprika (*Capsicum annuum*), aubergine (*Solanum melongena*) en peper binnen voorzaaien. Gebruik zaaibakjes met zaaigrond op 22-24 graden. Vermijd potgrond met meststof: zaden hebben weinig voeding nodig en kunnen verbranden.
Zaai 1 cm diep, dek af met een dunne laag vermiculite of fijn zand, en sproei licht. Plaats op een lichte plek (vensterbank zuid, of LED-zaailicht 14 uur per dag). Bij temperaturen onder 18 graden duurt kieming langer, soms 14 dagen. Verspeen (overplanten) bij twee echte bladparen in afzonderlijke potjes van 7-9 cm.
Buiten zaai je vanaf eind maart: peen (*Daucus carota*), pastinaak (*Pastinaca sativa*), spinazie (*Spinacia oleracea*), tuinkers en radijs. Zaai dun in rijen 25-30 cm uit elkaar, dek af met 1-2 cm fijne aarde. Houd de bovenlaag vochtig, dat is belangrijker dan de hoeveelheid water.
Vierde week van maart: gazon op orde
Pas vanaf eind maart maai je het gazon, en alleen als de grond niet te nat is en de gemiddelde dagtemperatuur boven 8 graden ligt. De eerste maaibeurt is altijd hoog: zet de maaier op 5-6 cm. Daarna kun je in stappen van 1 cm zakken naar de zomerhoogte van 3,5-4 cm.
Verticuteren (mos en vilt verwijderen) doe je pas eind maart of begin april als het gras actief groeit. Loop kruislings met een verticuteermachine op stand 1 of 2. Direct erna mestbol uitstrooien (organische voorjaarsmeststof, NPK ongeveer 10-3-5, 30-40 g/m2). Geef vervolgens 10 mm water als het droog is.
Kale plekken bijzaaien doe je in de eerste twee weken van april als de bodem 8 graden of warmer is. Maak de plek los met een hark, strooi graszaad (12-15 g/m2 voor doorzaai), bedek met een dun laagje dekgrond en houd 10 dagen vochtig. Eerste maaibeurt na nieuw zaaisel is bij 8-10 cm hoogte.
Overweeg een deel om te zetten naar bloemenweide. Operatie Steenbreek pleit voor minder strak gazon en meer ecologisch beheer: maai 1 of 2 keer per jaar (juni en september), laat de helft staan als overwinteringsplek voor insecten.
Eerste week van april: stookschoon en compostbeurt
April is composthoop-maand. De winterkoele hoop kan worden omgezet: eerst doorzeven (10 mm rooster), de fijne fractie gebruik je direct als topdressing in moestuin en plantvakken, de grove fractie zet je opnieuw aan met versnipperd snoeihout en groen materiaal. Doel C/N-verhouding circa 30:1.
Bestrating en terras krijgen een schoonmaakbeurt. Veeg eerst alles los, schrob met heet water en groene zeep (geen chloor of bleekmiddel: spoelt af in tuingrond). Voor algen en mos werkt sodawater of een gespecialiseerde mos-reiniger. Een hogedrukreiniger op niet-hoogste stand (max 100 bar voor natuursteen, 70 bar voor klinkers) houdt voegen heel.
Laat geveegde voegen niet leeg: insecten en onkruid nestelen erin. Vul met polymeervoegzand of split (1-3 mm). Voor terrassen met gevoegde tegels controleer je op losse stenen en breek-spleten; vul kleine spleten met flexibele voegmortel.
Tweede week van april: vaste planten teruggraven en delen
Veel vaste planten worden in hun derde of vierde jaar te dicht. April is het moment om ze te delen, voordat ze hard groeien. Vroeg bloeiende soorten zoals helleborus (*Helleborus orientalis*) deel je pas na de bloei in mei, maar zomerbloeiers zoals dagsterren (*Hemerocallis*), siergrassen (*Miscanthus sinensis*) en hosta (*Hosta sieboldiana*) deel je nu.
Steek met een spade in een ring van 30 cm rond de plant op 25 cm diepte, lift de pol uit en splits met twee spades rug-aan-rug, of bij grote pollen met een snijschop. Plant elke deel direct terug op nieuwe plek of pot ze op. Geef ruim water in de eerste twee weken.
Dahlia's (*Dahlia*) en gladiolen (*Gladiolus*) plant je vanaf half april buiten op kleigrond, eind april op zandgrond (warmt sneller op). Plantdiepte: dahliaknollen 8-10 cm onder maaiveld, gladiolenbollen 12-15 cm. Houd 30-40 cm onderlinge afstand. Pas in mei steken de eerste scheuten boven de grond uit.
Derde week van april: groente uitplanten
Vroeg uitplantbare groenten gaan vanaf half tot eind april naar buiten. Andijvie (*Cichorium endivia*), prei (*Allium porrum*), bloemkool (*Brassica oleracea*) en aardbeien (*Fragaria x ananassa*) overleven nachtvorst tot -2 graden. Plant op rij-afstand 30-40 cm, plantafstand 25-30 cm. Geef bij plantgat een handvol gerijpte compost.
Aardappels (*Solanum tuberosum*) poot je vanaf half april op zandgrond, eind april op klei. Plantdiepte 8-10 cm, onderlinge afstand 30 cm in rijen 60-70 cm uit elkaar. Voorgekiemde poters (3 weken vooraf op licht) lopen 2-3 weken voor op niet-voorgekiemde.
Niet uitplanten: tomaat, paprika, courgette, augurk en pompoen. Die wachten tot na de IJsheiligen (11-15 mei). Vorst van -1 graad of lager is voor deze warmteminnaars dodelijk. Houd ze tot dan binnen of in een onverwarmde kas met dubbel acrylaat.
Vierde week van april: vijver, irrigatie en pomp
Eind april is de vijverpomp na de winter weer aan beurt. Spoel het filtermedium in een emmer vijverwater (niet leidingwater, dat doodt nuttige bacteriën), controleer slangen op scheuren en vervang het UV-C-lampje als die ouder is dan 9000 branduren. Zie Vijver in de winter: ijsvrij houden en zuurstof bewaren voor de vorige fase van vijveronderhoud.
Druppelirrigatie testen: zet de hoofdkraan open en loop het systeem na op lekkages, dichtgeslibde druppelaars en gebroken slangen door vorst. Vervang slangen die scheuren tonen volledig; de meeste schade ontstaat in lussen waar water bleef staan en bevroor. Filter aan het begin van het systeem schoonmaken voorkomt 80 procent van problemen later.
Drinkbakken voor vogels werken tot in april ook nog tegen vroege voorjaarsdorst. Een goede plaatsing in halfschaduw met dagelijks vers water trekt extra soorten als de bomen weer in blad komen.
Bijzondere klussen: bemesting bomen en heesters
Loofbomen krijgen eind maart of begin april een bemesting met organische langzaam-werkende meststof rond de drupzone (de buitenrand van de bladkroon, niet bij de stam). Dosis: 50-80 g per m2 drupzone. Voor jonge bomen tot 5 jaar oud kun je beter met compost-mulch werken: 5 cm dikte rond de stam, niet tegen de stam aan.
Hortensia's (*Hydrangea macrophylla*) krijgen extra bemesting met een speciale hortensiameststof of met aluminiumsulfaat (voor blauwe bloei) of kalk (voor roze bloei). Toepassen op een vochtige bodem in lage dosering, anders verbrand je wortels.
Vermijd kunstmest met snelwerkend stikstof in maart: het spoelt te snel uit en geeft een groei-stoot zonder stevigheid. Organische meststoffen of dierlijke stalmest geven gelijkmatige afgifte over 8-12 weken.
Onkruid en plagen vroeg aanpakken
Voorjaarsonkruid zoals zevenblad (*Aegopodium podagraria*), kweekgras (*Elymus repens*) en heermoes (*Equisetum arvense*) is in maart en april makkelijk te wieden. De wortels liggen ondiep en de bodem is zacht. Een schoffel met smalle kop op 3 cm diepte werkt sneller dan onkruid uittrekken; blader vergaat in 1-2 weken zonder zaden.
Slakken (*Arion vulgaris*, *Helix aspersa*) komen tevoorschijn vanaf 7-8 graden bodem. Aaltjes (*Phasmarhabditis hermaphrodita*) toepassen vanaf eind april, als bodem 10 graden of warmer is. Verspreid bierval-bekers, plaats slakkenkraagjes rondom kwetsbare planten zoals jonge sla of hosta.
Bladluizen verschijnen op tedere uitlopers eind april. Spuit met water onder druk om kolonies weg te spoelen, of laat lieveheersbeestjes (*Coccinella septempunctata*) en gaasvliegen hun werk doen. Bestrijdingsmiddelen alleen bij ernstige aantastingen en uitsluitend Ctgb-toegelaten producten.
Belangrijk om te weten
Dit artikel is informatief. Voor specifieke vragen over jouw situatie raadpleeg een hovenier, je gemeente of het Ctgb (toegelaten gewasbeschermingsmiddelen). Bij snoei of kap van beschermde bomen geldt de Wet natuurbescherming en mogelijk een gemeentelijke kapvergunning. Tijdens het broedseizoen (maart t/m juli) mag je geen broedende vogels verstoren.
Veelgestelde Vragen
Als de eerste forsythia geel kleurt, meestal tussen 15 en 30 maart. Knip terug tot 4-6 ogen boven de ent en verwijder al het dode en kruisende hout.
Pas na de IJsheiligen, dus na 15 mei. Tomaten en andere warmteminnaars overleven geen nachtvorst van -1 graden of lager.
Eind maart of begin april als het gras actief groeit en de gemiddelde dagtemperatuur boven 8 graden ligt. Gebruik organische langzaam-werkende meststof, ongeveer 30-40 gram per vierkante meter.
Voorjaarsbloeiers zoals forsythia, magnolia, sering en Japanse kers. Die hebben hun bloemknoppen al klaar uit het vorige jaar. Snoei die pas direct na de bloei in mei.
Zomerbloeiers in april voordat ze hard groeien. Vroege bloeiers zoals helleborus deel je pas na de bloei in mei. Geef gedeelde planten ruim water in de eerste twee weken.
Vanaf half april op zandgrond en eind april op kleigrond. Plantdiepte 8-10 cm, onderlinge afstand 30 cm in rijen van 60-70 cm uit elkaar. Voorgekiemde poters lopen 2-3 weken voor.
Verticuteer eind maart of begin april bij actieve grasgroei, gevolgd door bemesting. Mos duidt op vocht of voedingsarme grond; structurele oplossing is verbeteren van afwatering en bemesten.